Skopje 2014 zonder Albanezen

Skopje1

Foto door Eline van Nes

In de Macedonische hoofdstad Skopje wordt een nieuw centrum gebouwd. Het project doet de Albanese minderheid geen eer aan.

Skopje bouwt aan een nieuw centrum. Het project dat de titel Skopje 2014 meekreeg, maar het jaartal dat de verbouwing klaar moet zijn is echter behoorlijk omstreden. Bij de laatste gemeenteverkiezingen van 21 april won de oppositiepartij, de Sociaal Democratische Unie van Macedonië in stadsdeel centrum.

De nieuwe burgemeester, Andrej Zernovski, riep na deze overwinning meteen op om het project Skopje 2014 te staken vanwege de hoge kosten. Dat had weinig effect. Uit angst dat de oppositie het project zou stopzetten, liet de conservatief-christelijke minister-president Nikola Gruevski – het ‘brein’ achter dit prestigeproject – vlak na de verkiezingen in één nacht zelfs maar liefst 29 standbeelden plaatsen.

Groots verleden

Het project gaat niet enkel om de verbouwing van het stadscentrum. Het promoot tevens op allerlei andere manieren het grootse verleden van Macedonië. Zo staan er op de borden van de snelweg: Highway Alexander of Macedon. Bij aankomst in het land krijgen buitenlanders een sms-bericht: ‘Welcome to Macedonia, the cradle of civilization. During your stay we strongly recommend that you to visit the Museum of the Macedonian Struggle […]”

Petar Resen is een 33-jarige Macedonische kunstenaar en inwoner van Skopje. Hij vertelt dat iedereen die hij kent van Project Skopje 2014 baalt, omdat het geld beter in infrastructuur en een fatsoenlijk zorgstelsel gestoken kan worden. ‘Op de wegen moet je opletten dat je niet je vering kapot rijdt vanwege de gaten in het asfalt.’ Het project kostte vooralsnog slechts 207 miljoen euro, meldde Elisabeta Kançeska-Milevska, de minister voor cultuur, op 22 april in een persconferentie. Ze zei dit om de oppositie tegen te spreken, die beweerde dat de kosten tot een miljard opgelopen waren. Wat ze er niet bij vertelde was dat die 207 miljoen al bijna het drievoudige is van de 80 miljoen waarop het project in 2008 was geraamd.

Het grootste probleem is volgens Petar Resen echter dat geen van de historische personages voor wie standbeelden zijn opgericht deel uitmaken van de geschiedenis van de Albanese – lees islamitische – minderheid in Macedonie. Er zijn beelden neergezet van Sint Cyrillus en Sint Methodius, de grondleggers van het Cyrillische schrift en daarmee symbolen voor het etnisch Macedonische bevolkingsdeel. Er is een beeld van Sint Clement van Ohrid, patroonheilige van de orthodoxe kerk. De enige Albanese Macedoniër die is te vinden binnen het Project Skopje 2014 is Agnes Gonxha Bojaxhiu, beter bekend als Moeder Teresa. En zij is nu net een van die weinige etnisch Albanezen die in de Christelijke traditie staan.

Minderheden

Op 13 augustus 2001 tekende de Macedonische overheid en de Albanese rebellen het Akkoord van Ohrid. Hiermee tekenden zij voor inclusie van de minderheden in het land, dat grotendeels bevolkt wordt door Macedoniërs en Albanezen (resp. 64 procent en 25 procent in 2002 volgens het CIA World Factbook) en daarnaast door Turken, Roma en Serven (tussen de 2 en 4 procent.) Volgens dit akkoord mocht Macedonië niet langer de staat van het Macedonische volk genoemd worden, maar een gemeenschap van al haar etnische groeperingen. Een van de hieruit volgende maatregelen is dat het Albanees de status van tweede officiële taal heeft verkregen in gebieden waar meer dan 20 procent van de bevolking Albanees is. Maar blijkbaar vloeit hier niet uit voort dat de Albanese minderheid ook meedoet in de standbeeldenparade van Project Skopje 2014.

Albanië

Mara Ognjenovic, een 28-jarige Macedonische, vertelt dat ze een relatie heeft met een Turkse moslim waarover ze haar familie niets durft te vertellen. Haar broers hebben zo’n haat voor de islamitische Albanezen, dat ze zeker weet dat zij niet zullen accepteren dat zij een verhouding met een moslim heeft, ook al is het een Turk. Een dergelijke afkeer van moslims is normaal geworden binnen de Macedonische gemeenschap, meent ze. En die afkeer lijkt wederzijds. ‘In de dorpen en wijken die grotendeels door Albanese moslims bevolkt worden voelen mijn vrienden en ik ons totaal niet welkom.’

Veel mensen menen dat Albanië met Kosovo en West Macedonië van plan is een groot Albanië te stichten, meent Ognjenovic. De etnische Albanezen voelen zich meer verwant met Albanië en Kosovo vanwege hun taal, hun etniciteit maar bovenal geloof. ‘Daarom is alles dat islamitisch is binnen Macedonië verdacht.’

Het is niet uitzonderlijk om de rode Albanese vlag met de tweekoppige adelaar over balkonranden in de stad te zien hangen; dezelfde vlag die tijdens de oorlog in 1999 door de Albanezen in Kosovo gebruikt werd. Veel Macedoniërs zeggen bang te zijn dat er in Macedonië hetzelfde zal gebeuren als destijds in Kosovo en dat de Albanezen autonomie zullen eisen. Die angst leidde eind februari van dit jaar tot rellen in Skopje waarbij tientallen gewonden vielen. De benoeming van Talat Xhaferi, een Albanese rebellenleider uit het conflict met Albanië in 2001 tot minister van Defensie, was de Macedonische demonstranten in het verkeerde keelgat geschoten.

Uitsluiting

Project Skopje 2014 zou bij uitstek een mogelijkheid zijn om te zoeken naar een gemene deler binnen de geschiedenis, die de verschillende bevolkingsgroepen bijeen brengt. Vooralsnog belicht het project echter alleen het Christelijke gedeelte van de historie. Dat doet de onstuimige geschiedenis en de gemengde bevolking geen eer aan. Met het achterwege laten van de Albanese helden kun je zelfs spreken van nog meer uitsluiting van de Albanese minderheid. In dit kruitvat van de Balkan is dat vragen om moeilijkheden.

 

Gepubliceerd in Donau 2013 nr. 2, uitgave van platform Spartak