Over Fictie Schrijven

Personages beschrijven

Het Scheermes van Nabokov begint met de zin: “Het was terecht dat zijn regiment hem de bijnaam het ‘scheermes’ had gegeven. […] Zijn kennissen konden, als ze aan hem dachten, zich alleen zijn profiel voor de geest halen en dat profiel was opmerkelijk: een neus zo scherp als de driehoek van een tekenaar; een kin zo hoekig als een elleboog; en lange zachte wimpers zoals erg koppige en wrede mensen soms hebben. Hij heette Iwanov.”

Nabokov had dit ook anders kunnen doen, slechter, en dan had ik nooit Nabokov gelezen omdat niemand zich dan in Vladimirs gekrabbel had geïnteresseerd. Bijvoorbeeld: “Iwanov had een opmerkelijk profiel. Een neus zo scherp als de driehoek van een tekenaar; een kin zo hoekig als een elleboog; en lange zachte wimpers zoals erg koppige en wrede mensen soms hebben.”

Het verschil is dat hier de schrijver uitlegt hoe Iwanov eruitziet, zomaar uit het niets, omdat Iwanov ter sprake komt. Het beeld wordt op pauze gezet om een beschrijving te geven, en daarna rolt het verhaal weer verder, en stilstand is de grootste dooddoener in verhalen. In het originele stuk van Nabokov komt het echter ter sprake hoe Iwanov eruit ziet vanwege zijn bijnaam, de vaart blijft erin.

De moeilijkheid is dit bij jezelf te blijven herkennen. Bij ieder personage dat ik opvoer heb ik de neiging om direct met uiterlijke kenmerken te smijten, zodat er een beeld is, terwijl dat beeld moet ontstaan.

In The Gum Thief van Douglas Coupland krijgen we de eerste beschrijving van Roger van hemzelf, en pas op bladzijde 24. Omdat hij zichzelf een waardeloze oude zak vindt, geeft hij aan dat hij naar wordt als hij zichzelf in de spiegel ziet: “…a puffy looking forty three – yellowing skin under the light of the lone fluorescent tube; dandruff; red patches on my scalp where I scratch my seborrhea.” Het enige cliché is misschien nog dat de ik-verteller hiervoor zichzelf in de spiegel moet zien, daar is een originelere oplossing voor te verzinnen.
Schrijven is constant nadenken hoe je een beeld geeft. Zonder dat de lezer door heeft dat je dat doet.

 

 
6 december 2011
  

Motieven en verbanden

Paul Auster, Sunset Park. De vader Morris Heller denkt terug aan het essay dat zijn zoon, protagonist Miles Heller, schreef op elfjarige leeftijd, waarin hij To Kill a Mockinbird analyseert, en het interessante is dat Miles een patroon heeft ontdekt in wonden binnen het verhaal. De conclusie van het essay is dat verwonding noodzakelijk is om man te worden.

Met zo'n hint gaan alle alarmbellen af. Wat zijn de terugkerende motieven binnen Sunset Park en wat hebben die met elkaar te maken?

Het boek begint met Miles Heller, die als werk leegstaande huizen uitruimt, en tijdens dat werk foto's maakt van de afgedankte spullen die hij ziet. Er is Bing Nathan, vriend van Miles, die het Ziekenhuis voor de Kapotte Dingen runt, waar hij oude typemachines, elpee spelers en vulpennen repareert, maar negentig procent van zijn inkomen komt van het inlijsten van foto's. Er is het huis in Sunset Park, een leegstaand pand dat door de groep gekraakt wordt, er is een begraafplaats dichtbij het huis waar de verlaten mensen begraven liggen. Maar er is ook de verbroken relatie tussen Miles Heller en zijn ouders, een periode van zeven jaar die Miles in Florida door heeft gebracht zonder contact met hen te hebben. Bovendien is er de wereld van de financiële crisis, het decor dat zo weinig benadrukt wordt dat je het over het hoofd zou zien, maar op sommige plekken benoemd wordt als een wereld die ineenstort, of een wereld die uiteenvalt langs de naden.

Bovendien is er de film, The Best Years of our Lives, waar Alice haar dissertatie over schrijft, die handelt over de soldaten die in de Tweede Wereldoorlog gevochten hebben, en de moeite die zij hebben met hun terugkeer naar de VS. De soldaten zijn zelf gebroken dingen, een generatie van zwijgzame mensen, mannen die niet met hun vrouwen kunnen praten over wat ze meegemaakt hebben, vaders die niets aan hun zonen kunnen overbrengen. Mannen die zwijgen, zoals Miles Heller zwijgt na de zeven jaar dat hij zijn eigen kleine oorlog gevochten heeft.

Wat hieruit te concluderen valt?

Van alles, ik heb er zelf zo mijn ideeën over, maar dat maakt niet zoveel uit. Het gaat me om het web van overeenkomsten dat Paul Auster hier heeft gesponnen, waarvoor een specifieke manier van lezen wordt verwacht. Een lezen dat bij literatuur hoort, een lezen waarbij er meer speelt dan het verhaal van de eerste laag alleen.

Ik vrees dat ik alles uit mijn boekenkast moet herlezen.

 

13 november 2011


Vergelijkingen 1

Gebruik alleen goede vergelijken, of anders liever helemaal niet.

Enders Game van Orson Scott Card is zo'n boek zonder, dat daardoor leest als een trein. Een manke vergelijking is als een spelfout, je blijft eraan haken, je vraagt je af waarom die er niet bij het herschrijven uit is gehaald.

De sterkste vergelijkingen versterken een beeld, en blijven binnen de sfeer van het verhaal. Zo is er een Italiaans personage in Bonita Avenue van Buwalda, dat zwaar verbrandt tijdens de vuurwerkramp. Buwalda beschrijft hoe Ennio moet worden belegd met donorhuid, als een schaal lasagne. Het beeld is sterk, gruwelijk zelfs, de korrelige saus die staat voor de open wonden, en hoort bij het Italiaanse.

En zo slaat hij een bladzijde verderop wat mij betreft de plank mis, als hij het heeft over een lompe opmerking die neerkomt als meeuwenschijt. Ten eerste blijkt al uit de dialoog dat de opmerking lomp is, en de vergelijking haalt me alleen maar uit het moment, want ineens zie ik een meeuw voor me, en de associaties van strand en opengereten vuilniszakken die dat bij me oproept.

Nikolai Gogol, in Dode Zielen, dat boek dat zo plotseling ophoudt omdat het nooit af is gemaakt, beschrijft een boerenfamilie, een vader en dochter, door beide personages met een vergelijking in één keer neer te zetten.

Hij had een hoofd als een mislukt gebakken brood, en zij een gezicht alsof er de hele nacht erwten op waren gedorst.

Ik heb het boek niet bij de hand, misschien was de zin iets anders opgebouwd, maar het gaat erom dat de vergelijking hier werkt. Het beeld had niet sneller neergezet kunnen zijn dan zo, en de vergelijkingen zijn beiden in de sfeer van het boerenleven.


14 oktober 2011


In het begin schiep God hemel en aarde.
 
 
Goede eerste zinnen grijpen je.

Als ik in de winkel een boek opensla lees ik de eerste zin. Als die me pakt ook de eerste alinea. En als dan zelfs op de eerste bladzijde geen moment is waarop ik afhaak; een manke vergelijking, een warrige zin, een oubollige toon of onnodig opgeblazen taalgebruik, dan ben ik al bijna bij de kassa.

They're out there. – Ken Kesey, One flew over the Cuckoos Nest. Nog korter dan de titel van het boek, en de paranoïde toon van het personage is gelijk gezet.

Tyler gets me a job as a waiter, after that Tyler's pushing a gun in my mouth and saying, the first step to eternal life is you have to die. – Chuck Palahniuk, Fight Club. Misschien niet zo kort, maar wel pakkend. De elementen van het boek zitten er al gelijk in; extreem geweld en het streven naar verlichting.

I was looking for a quiet place to die. -Paul Auster, The Brooklyn Follies. Weer kort en gelijk is de melancholische toon van Auster weer gezet. Overigens is zin twee in deze briljant, omdat hij gelijk een grap maakt: Someone recommended Brooklyn, so the next morning I traveled out there from Westchester to scope out the terrain.

Nazruddin, who had sold me the shop cheap, didn't think I would have it easy when I took over. – V.S. Naipaul, A Bend in the River. Gelijk is conflict en locatie neergezet. Het verhaal speelt zich af rondom een winkel in een Afrikaanse kleine stad die opkomt en uiteindelijk weer aan een dictatuur ten onder gaat. Eigenlijk de tweede zin van het boek, de eerste is wat mij betreft een algemene mededeling voegt niets toe aan de vaart van het verhaal. Lees hem er maar op na. Zoiets doet Tolstoy ook in Anna Karenina. Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze. Geweldige observatie, maar hoor hem liever als observatie uit de mond van een personage komen, en niet als terzijde van de schrijver tot mij.

Tenzij de schrijver sowieso het woord tot mij richt, zoals Milan Kundera dat graag doet. Ik denk al jaren aan Tomas, maar pas in het licht van deze overpeinzing zie ik hem helder voor me. Hier tovert een schrijver een personage tevoorschijn omdat hij zijn filosofieën uit wil beelden. Maar goed, intussen is dit de eerste zin van het derde hoofdstuk, de zin waarmee het verhaal begint na twee hoofdstukken overpeinzing.

Ik dwaal af.

Misschien nog één Nederlander, eentje die ook zo fan is van Amerikaanse literatuur, waarin grote helden voorkomen zoals Randel McMurphy en Tyler Durden, en niet van die anti-held watjes waar de Nederlandse boeken zo vol van staan. Peter Buwalda, Bonita Avenue: Toen Aaron op een zondagmiddag in 1996 door Joni Sigerius werd meegetroond naar de woonboerderij van haar ouders om officieel te worden voorgesteld, gaf haar vader hem een hand zo stevig dat het pijn deed.

Misschien niet de beste eerste zin ooit, maar wel een eerste bladzijde die mij naar de kassa lokte, een bladzijde waar geen woord teveel staat en gelijk een personage wordt neergezet.


5 oktober 2011


Personages en waar ze voor staan en zo #2

Bladzijde 318 en het kwartje valt.

'Ik geloof in Laissez Faire,' zegt hij, 'mensen gedijen het best als ze de kansen krijgen hun vrijheid optimaal te benutten.'

De hint was al gegeven dat Huid en Haar van Grunberg over de economie gaat, want personage Roland Oberstein is een econoom die de bubbel bestudeert. Maar wat hebben de personages precies met dit idee te maken, en waarom gaat iedereen aan de lopende band vreemd?

Laissez Faire dus.

Als je fictie wil schrijven over de vrije markt dan is het dus belangrijk om de vrije markt te vertalen in personages. Dan zet je de vrije markt om in contact tussen mensen, waarbij seks het glijmiddel van dat contact is.

Een sterke zijlijn daarin is de verhouding tussen de burgemeester van Brooklyn en een illegaal. Het is de illegaal die afgeperst wordt door de bestuurlijke macht. Door Grunberg vertaald in een geweldig smerige scène waarin de burgemeester de illegaal in een hotelkamer dwingt tot anale seks. Oftewel, de illegaal zit diep in de stront, binnen dit marktsysteem.
Zo werkt dat, die literatuur.

Dan nog een grappig boek eromheen schrijven met een plot dat spannend blijft, dat vol zit realistische personages en goedlopende dialogen en geen samenraapsel is van gimmicks.


26 september 2011


Personages en waar ze voor staan en zo #1

Iemand vroeg me wat literatuur eigenlijk literatuur maakt. Voor de vuist weg kon ik iets zeggen over literaire lagen, personages die staan voor bepaalde ideeën of maatschappelijke bewegingen. Oftewel, ik gaf hem een onsamenhangend samenraapsel van antwoorden die ik her en der had gelezen en gehoord.

Maar wat vind ik eigenlijk?

Onlangs las ik Falling Man van DeLillo. Een boek vol poëtische stilstand waarin de nadagen van 11 september in New York worden beschreven aan de hand van een stel dat door de aanslag weer samen komt te leven. Een aantal keer ben ik in slaap gevallen tijdens het lezen, want de grote klapper is al direct in de openingsscène, en dat stukje informatie dat DeLillo niet geeft – wat heeft Keith meegemaakt in die eerste minuten na de aanslag, toen hij nog in de toren zat – was voor mij niet spannend genoeg om alert en wakker te blijven 246 pagina's lang.

Of anders gezegd. Een boek dat staat door het detail, door de prachtige verstilde beelden en de veranderingen in het leven van de slachtoffers van de aanslag. “Falling Man is de absolute triomf van het kleine verhaal tegen de achtergrond van de grote tragedie.” (8weekly)

Sowieso val ik trouwens snel in slaap bij het lezen van boeken. Dat heeft ermee te maken dat ik eigenlijk een bril moet dragen, die ik ook klaar heb liggen, en uiteindelijk nooit draag.

Maar DeLillo's Falling Man is volgens mij ontegenzeggelijk literatuur omdat de personages voor meer staan dan alleen zichzelf. Zo heeft de moeder van Lianne – Lianne is de ex van Keith, en dit vormt dus samen het stel dat weer samen komt – een LAT relatie met een getrouwde Europees, Martin, die in kunst handelt. Tegen het einde van het boek, op de begrafenis van de moeder, zegt Martin dat iedereen in Europa ziek is van Amerika en de Amerikanen. Een man op de begrafenis spreekt hem tegen en zegt:

We're still America, you're still Europe. You go to our movies, read our books, listen to our music, speak our language. How can you stop thinking about us?”

Dit is het moment waarop de bellen moeten gaan rinkelen, lijkt me. Martin is Europa, waarmee de keuze van kunsthandelaar een mooie verwijzing is naar de eeuwenoude cultuur van Europa waar de Amerikanen altijd zo geil van worden omdat ze dat zelf missen. Maar wie zijn dan de andere personages?

Ineens zien we Nina, de moeder, die overleden is aan haar Alzheimer, als het oude Amerika dat langzaam geen besef meer heeft van waarmee het bezig is. We zien hun relatie als de verbintenis van Europa en Amerika. We zien de nieuwe generatie, Lianne en Keith, die hun bestaan opbouwen in een uiteengevallen wereld. We zien Terry Cheng, de pokervriend van Keith, die staat voor het China dat een spelleider begint te worden voor het bankleven, waar op zich het pokeren al een metafoor voor is. Bluf en gokken, net als op de beurs. We zien de financiële zekerheden van Keith en Lianne, die letterlijk in duigen zijn gevallen. En ineens hebben de verhalen van deze mensen een betekenis.

Maakt dat literatuur?

Onder andere. Denk ik.


21 september 2011